De belangrijkste begrippen
Deze pagina geeft een overzicht van de veel gehanteerde begrippen. Een significant deel komt uit [Ryland].
Eerst komen de meer belangrijke begrippen. De completere lijst volgt daaronder.
| Begrip | Omschrijving |
|---|---|
| Cystide | (kystis = cel / zak) Zooide wand - woonkoker |
| Hybernacula | 'Slapende knop' of 'overlevingskapsule' - een taaie bruine onregelmatig gevormde kapsule waarin een
knopvorm van een zooide 'slaapt' of overwintert en wacht op betere tijden. Vergelijkbaar met maar niet
gelijk aan statoblasten. Wordt gevormd door een aangepaste zoöide met een iets dikkere chitine wand Eén verschil met statoblasten is dat die een wand uit twéé delen hebben, terwijl een hybernacula een wand uit één geheel heeft Worden uitsluitend door Paludicella en Victorella soorten gemaakt en dus uitsluitend in zoetwater. |
| Lofofoor, Lophophoor | (lophos = kam + phoreus = drager) De basis van de tentakels. De vorm van de lophophoor bepaald de vorm van de tentakelkrans. [Allman] "The sort of disk or stage which surrounds the mouth and bears the tentacula .." |
| Polypide | (polypous = veelvoetig of getentakeld dier + eidos = gelijkend) Terugtrekbare deel van de zooide [Allman] ".. the retractable portion of the Polyzoa" |
| Stolon | Gezamelijke basisbuis van waar uit de zooiden uitgroeien (alleen zeewater soorten) |
| Statoblast | Statos = staand, inactief + blastos = knop 'Slapende knop' of 'overlevingskapsule' - een taaie kapsule waarin een knopvorm van een zooide 'slaapt' en wacht op betere tijden. Worden uitsluitend door Phylactolaemata soorten gemaakt en dus uitsluitend in zoetwater. Statoblasten worden gevormd zowel onder invloed van temperatuurdaling als onder invloed van voedselschaarste. Statoblasten bestaan uit twee chitine 'kleppen'die samen een capsule maken en de eimassa omsluiten. Bij sommige statoblasten is er een extra buitenste laag - de periblast en die soms een gas-gevulde annulus vormt, die de statoblast in staat stelt te drijven (sessoblast) |
| Periblast | Een extra buitenste laag van een statoblast, die soms een gas-gevulde annulus vormt, die de statoblast in staat stelt te drijven |
| Zooid(e) | Kolonie. Elk dier in de kolonie is een kloon van het oorspronkelijke zoöid (dier) |
| Zooid(e) | Eén enkel dier, deel van een kolonie |
| Begrip | Omschrijving |
|---|---|
| Ancestrula | Primaire zooide (of zooiden) dat/die als eerste uit een ei of een statoblast of hybernacula ontstaan |
| Annulus | Onderdeel van statoblasten van sommige soorten dat bestaat uit een gas gevulde ring die zich onder een extra chitine laag van de statoblasten (periblast) bevind. De annulus stelt de statoblast in staat te drijven |
| Asexuele knopvorming | Groei van een kolonie (vorming van meer zooiden), zonder sexuele voortplanting, door insnoering / knopvorming. Nieuwe zooiden zijn klonen van de eerdere zooiden. |
| Autozoide | Een zoöide die wél een tentakelkrans bevat Staat typisch op een stolon (kenozoide) Nooit bij zoetwatersoorten. Wél bij V. pavida |
| Bryozoa, Bryozoën, Bryozoans | Zoophyten met mond en anus |
| Cilia | Zweephaartjes - staan op de tentakels en brengen gezamelijk door gesynchroniseerde beweging een waterstroom op gang. |
| Coenoecium | [Allman] ".. the common dermal system of a colony .." Niet echt in gebruik |
| Coelomische holte | Ruimte tussen het spijsverteringskanaal en de lichaamswand |
| Cystide | (kystis = cel / zak) Zooide wand - woonkoker |
| Dichotome vertakking | Streng regelmatige vertakking, op elk niveau op de zelfde manier |
| Epistome | Een flap weefsel dat over de mond heen hangt. Komt voor bij sommige soorten [Allman] "The Epistome is a perculiar valve-like organ which arches over the mouth in most of the fresh-water genera." |
| Floatoblast | Statoblast met een drijfring, waardoor hij aan het oppervlakte gaat drijven. Zorgt voor verspreiding van de soort over grotere afstanden. Naamgeving volgens [Mundy] |
| Fungoide | Manier van beschrijven van de vorm - lijkt op een schimmel. Ook wel vergeleken met een grasveld Zoöiden staan nauw op elkaar. Voorbeeld: P. fungosa |
| Funiculus | (funis = touw) Koord van mesenchymaal weefsel van de maag naar de basis van de zooide of, in sommige soorten, door de basis heen naar het gezamelijke stolon |
| Geweivormige vertakking | Onregelmatige regelmatige vertakking, op 'hogere' niveaus (verder van de oorsprong) kleinere takken |
| Hermaprodie, hermafrodiet | Zowel man als vrouw sexe in één dier of kolonie |
| Hybernacula | 'Slapende knop' of 'overlevingskapsule' - een taaie bruine onregelmatig gevormde kapsule waarin een
knopvorm van een zooide 'slaapt' of overwintert en wacht op betere tijden. Vergelijkbaar met maar niet
gelijk aan statoblasten. Wordt gevormd door een aangepaste zoöide met een iets dikkere chitine wand Eén verschil met statoblasten is dat die een wand uit twéé delen hebben, terwijl een hybernacula een wand uit één geheel heeft Worden uitsluitend door Paludicella en Victorella soorten gemaakt en dus uitsluitend in zoetwater. |
| Introvert | Tentakel omhulsel dat de tentakels bedekt wanneer ze ingetrokken zijn |
| Kenozoide | Zoöide die géén tentakelkrans heeft, maar als gezamelijke verbinding/basis dient. Heet ook wel stolon. Nooit bij zoetwatersoorten. Wél bij V. pavida |
| Lofofoor, Lophophoor | (lophos = kam + phoreus = drager) De basis van de tentakels. De vorm van de lophophoor bepaald de vorm van de tentakelkrans. [Allman] "The sort of disk or stage which surrounds the mouth and bears the tentacula .." |
| Mesocoel | Lichaamsholte binnen de lophophoor |
| Metacoel | Lichaamsholte buiten de lophophoor; de lophophoor heeft een eigen interne holte) |
| Periblast | Een extra buitenste laag van een statoblast, die soms een gas-gevulde annulus vormt, die de statoblast in staat stelt te drijven |
| Polypide | (polypous = veelvoetig of getentakeld dier + eidos = gelijkend) Terugtrekbare deel van de zooide [Allman] ".. the retractable portion of the Polyzoa" |
| Polyzoa | Bryozoa (synoniem) |
| Pylorus | Vernauwend deel van de maag |
| Sessoblast | Statoblast zonder een drijfring, waardoor hij óf op de plaats van ontstaan vastgehecht blijft óf naar beneden zakt. Zorgt voor behoud van de huidige blijkbaar gunstige locatie én uitbreiding in de buurt. Naamgeving volgens [Mundy] |
| Spijsverteringskanaal | Kanaal van mond, via pharynx, slokdarm (oesophagus), maag, darm en rectum naar de anus |
| Stolon | Gezamelijke basisbuis van waar uit de zooiden uitgroeien (alleen zeewater soorten) |
| Statoblast | 'Slapende knop' of 'overlevingskapsule' - een taaie kapsule waarin een knopvorm van een zooide 'slaapt' en wacht op betere tijden. Worden uitsluitend door Phylactolaemata soorten gemaakt en dus uitsluitend in zoetwater. Statoblasten worden gevormd zowel onder invloed van temperatuurdaling als onder invloed van voedselschaarste. |
| Superneurale pore | Kleine opening aan de basis van de twee meest dorsale (rugwaardse) tentakels, waar het ei doorheen gaat naar de buitenwereld |
| Tentakel(s) | Eén enkel uitsteeksel van een lophophoor - een lophophoor is opgebouwd uit tentakels |
| Zooid(e) | Kolonie. Elk dier in de kolonie is een kloon van het oorspronkelijke zoöid (dier) |
| Zooecium | (zoon = dier + oikion = huis) niet-polypoide deel / skelet dat achterblijft als zooide sterft |
| Zooid(e) | Eén enkel dier, deel van een kolonie |