| Soort |
Kolonievorm |
Vertakking |
Kleur |
Aanzien |
Polypide vorm |
Polypide stand |
Polypide tentakels |
Opmerkingen |
|
P. articulata |
Boomvormig, bossig |
Altijd onregelmatig vertakt
Nooit verkleving |
Doorschijnend tot donker |
Glad, chitineglans |
Rond |
Zijwaardse uitmonding |
10-20 |
Erg dunne zoöiden
Vaak markante chitineglans
Cystide spilvormig
Monding van de polypide op kleine niet-eindstandige
vierhoekige verhoging |
|
V. pavida |
Kruipend |
Onregelmatig, open, niet-verkleefd |
?? |
Glad? |
Rond |
Eindstandig |
8 |
Veelal in brak water
Stolon kruipt en zooiden steken hieruit op |
|
C. mucedo |
Rupsvormig, soms hangend |
Geen |
Bleek |
Transparant, glad, geleiachtig |
Hoefijzer |
In rijen langs de rand van de kolonie |
80 - 100 |
Op substraat,
soms vrijhangend |
|
F. sultana |
Boomvormig,
soms kruipend |
Open, onregelmatig
niet verkleefd |
Bruinig |
Bekleed, stevig, ondoorzichtig |
Rond |
Eindstandig |
16 - 30 |
Zooiden zijn smaller
dan F. australiensis |
|
L. crystallinus |
Kruipend, zakvormig |
Nooit vertakkend |
Helder kleurloos |
Geleiachtig, transparant |
Hoefijzer |
Ergens uit kolonie (één kant) |
60-70 |
Tentakels steken ver uit de kolonie
10 tot 20 zoöiden vormen één kolonie |
|
P. magnifica |
Korstvormig, knolvormig |
Geen vertakkingen |
Roodbruin tot bruin, soms gouden glans. Poliepen wit |
Glad, geleiachtig |
Hoefijzer |
Ergens uit kolonie |
?? |
Vormt zeer grote kolonies, tot 2 m doorsnede
Kolonies zijn altijd uit duidelijk herkenbare rosetten van zoöiden gevormd
Nooit in (snel) stromend water of bij temperaturen beneden 16° C
Onder water overheersen de poliepen - het lijkt een lobbig grasveld van relatief grote poliepen; alsof er
veel C. mucedo kolonies tegen elkaar aan groeien
|
|
H. punctata |
Kruipend |
Weinig vertakt
Parallele buizen verkleven |
Helder, lichtgekleurd tot transparant |
Glad, soms gerimpelde (geringde) cystidemonden |
Hoefijzer |
Ergens uit cystide buis |
40-70 |
Geleiachtige heldere wand |
|
P. casmiana |
Korstvormig / kruipend |
?? |
?? |
?? |
Hoefijzer |
Ergens uit cystide buis |
Max 50 |
Dicht opeengepakte zooiden
De zooiden hebben veelal een dorsale kiel |
|
P. emarginata |
Boomvormig, of kruipend
of grasveldachtig of compact (?) |
Open, ??
deels verkleefd |
Bruinig |
Bekleed (dicht), stevig |
Hoefijzer |
Eindstandig |
30-60 |
Emarginatie niet altijd aanwezig
Cystiden zijn vaak aan de monding (bij de tentakelkrans) ingekerft |
|
P. fruticosa |
Vrijstaand |
Open, regelmatig, niet-verkleefd |
Grauwbruin tot geelbruin |
Broos, bekleed? |
Hoefijzer |
Eindstandig |
30-60 |
Kolonie altijd rechtop en aan slechts
één of twee punten aan het substraat gehecht
Zooiden zijn driehoekig in doorsnede
Zooicum is tamelijk dun en bros |
|
P. fungosa |
Korstvormig,
afhankelijk van ondergrond ook knolvormig |
Nooit vertakt |
Roodbruin tot diepbruin
In sommige delen van de kolonie doorschijnend en helder |
Glad (zoöiden) |
Hoefijzer |
Ergens uit kolonie |
Max. 70 |
Vormt grote dichte sponsachtige kolonies
tot enkele meters doorsnede
Cystide openingen liggen dicht tegen elkaar aan |
|
P. geimermassardi |
Korstvormig |
?? |
?? |
?? |
Hoefijzer |
?? |
30 - 40 |
Recent voor het eerst beschreven |
|
P. repens |
Kruipend, knolvormig, korstvormig of hangend |
Onregelmatig, open |
Doorschijnend tot donker, bruinig |
Glad, soms chitineglans |
Hoefijzer |
Ergens uit cystidebuis |
40-70 |
Ook bij fungoide vorm liggen de zooiden
nooit naast elkaar
Schimmelachtige koloniën zeer onregelmatig,
enkele kwabben en takken van de kolonie uitstekend
(in tegenstelling tot P. fungosa) |