Hyalinella punctata (Hannock 1850)

English
Voorstel voor Nederlandse naam: Gestippelde bryozo of mosdier
Systematiek
| Klasse |
Familie |
Genus |
Soort |
Beschreven door |
| Phylactolaemata |
Plumatellidae |
Hyalinella |
H. punctata |
Hannock 1850 |
Synoniemen
De volgende synoniemen zijn gebruikt voor Hyalinella punctata:
- Plumatella punctata (Hancock 1850)
- Plumatella vesicularis (Leidy 1854)
- Plumatella vitraea (Hyatt 1868)
- Hyalinella vesicularis (Jullien 1885)
- Hyalinella vitraea (Jullien 1885)
- Plumatella lophopoidea (Kafka 1885)
- Plumatella punctata (Kraepelin 1887)
- Hyalinella punctata (Loppens 1908)
- Stoltella indica (Annandale 1909)
- Stoltella himalayana (Annandale 1911)
- Plumatella auricomis (Annandale 1915)
- Plumatella (Hyalinella) bigemmis (Annandale 1919)
- Hyalinella punctata (Abrikosov 1927)
- Plumatella fungosa var. kamtschadalica (Abrikosov 1927)
- Plumatella incrustata (Abrikosov 1927)
- Plumatella longa (Abrikosov 1927)
- Plumatella repens var. minuta (Torumi 1941)
- Plumatella fruticosa (Marcus 1942)
Beschrijving
Zie ook de algemene klasse en orde beschijving in de systematiek pagina.
Bij de beschrijving wordt een combinatie van literatuur gebruikt.
| Algemeen |
- Hyalinella punctata leeft in colonies die vlak tegen de ondergrond aangroeien
- Kolonie slechts weinig vertakt en bestaan uit dikke cilindervormige buizen, overal vlak tegen het
substraat aanliggend
- De basis zijn vertakkende buisvormige uitlopers waar de individuele poliepen op regelmatige
afstanden (1 mm) uit groeien en dus een open verbinding met elkaar hebben
- De zooiden zijn relatief kort en breed en zijn vaak dicht opelkaar gepakt.
- De wand is transparant, geleiachtig, nergens gechitiniseert
- Vaak opvallend rondom gestreepte (geringde) cystidemonden.
- Geen scheidingswanden tussen de zooiden, alle poliepen hangen samen.
- Parallel groeiende buizen verkleven met elkaar.
- Hoewel het citinevormige zooicum dik, zacht en doorzichtig is, kan het niet verward worden met de
gelatineachtige soorten, omdat andere gelatineuze soorten geen vertakkende kolonien vormen
|
| Kleur |
Helder, lichtgekleurd tot transparant |
| Tentakelkrans |
Tentakelkrans hoefijzer (U) vormig met 40 - 70 tentakels. |
| Afmetingen |
Eén zoöide is 1 mm lang Een kolonie maximaal ?? cm in diameter |
| Statoblasten |
Er worden zowel drijvende (floatoblasten) als niet-drijvende (sessoblasten) gevormd. Beide zijn rond zonder
uitseeksels
De floatoblasten hebben een brede drijfring
De statoblasten bevinden zich in de hoofdbuizen |
| Leefomgeving |
Overzone van vijvers |
| Verspreiding |
H. punctata is zelzaam, maar wordt in verschillende Noord Europese landen getroffen |
| Aanvullend |
Weinig voorkomend |
Relevante literatuur
Nog aan te vullen
- [Mundy] - A key to the British and European Freshwater Bryozoans
- [Wood II] - A new key to the freshwater bryozoans of Britain, Ireland and Continental Europe
Eigen waarnemingen
- Uitsluitend onder houten voorwerpen (vrij in het water uitstekende planken, holtes in in het water liggende
boomstronken) aangetroffen; niet op/onder andere materialen (steen overvloedig aanwezig)
- Blijkbaar wordt neerdalend slib vermeden
- Nooit in bovenste waterlaag gevonden, altijd 2-5 m diepte; blijkbaar wordt invloed van golfslag vermeden
- Kolonies beperkt van omvang (minder dan 10 cm diameter)
- Gemakkelijk te verwarren met P. repens