Paludicella articulata (Ehrenberg 1831)

English
Voorstel voor Nederlandse naam: Gesegmenteerde bryozo of mosdier
Systematiek
| Klasse |
Familie |
Genus |
Soort |
Beschreven door |
| Gymnolaemata |
Ctenostomata |
Paludicella |
P. articulata |
Ehrenberg 1831 |
Synoniemen
De volgende synoniemen zijn gebruikt voor P. articulata:
- Alcyonella articulara (Ehrenberg 1831)
- Alcyonella diaphana (Nordmann 1832)
- Paludicella articulata (Gervais 1836)
- Paludicella ehrenbergi (Van Beneden 1848)
- Paludicella elongata (Hanckock 1850)
- Paludicella elongata (Leidy 1851)
Beschrijving
Zie ook de algemene klasse en orde beschijving in de systematiek pagina.
Bij de beschrijving wordt een combinatie van literatuur gebruikt.
| Algemeen |
- Zoöiden haarfijn
- Kolonie sterk vertakt
- Kolonie groeit deels tegen de ondergrond aan en deels als uitstekende uitgespreide takken vrij in
het water.
- Cystide spilvormig
- Monding van de polypide op kleine niet-eindstandige vierhoekige verhoging.
- Cystiden nooit verkleefd
- Cystide steeds door septen (schotten) van elkaar gescheiden.
- Cystidewand deels met kalkdeeltjes.
- Kolonies hebben een delicater aanzien dan de Fredericella en Plumatella soorten. Ze zijn meer
regelmatig vertakt.
- Zooiden hebben geen epistome.
|
| Kleur |
Bruinig, geel-bruin |
| Tentakelkrans |
Tentakelkrans rond met 10 tot 20 tentakels. |
| Afmetingen |
Eén zoöide is 250-450 µm lang Een kolonie maximaal 10 cm in diameter |
| Statoblasten |
Geen statoblasten
Hybernacula (blijven achter als de kolonie afsterft) bruin en zeer onregelmatig van vorm |
| Leefomgeving |
In schoon water tot 20 meter diepte
Onder stenen of hout, altijd beschut
|
| Verspreiding |
P. articulata komt in de meeste Noord Europese landen voor, maar ook daarbuiten wel |
| Aanvullend |
P. articulata is de meest fijne van de vertakte soorten.
Een nieuwe zoöide ontstaat door een distale (van oorspronkelijke 'moeder' zoöide af) knopvorming die
afsnoert middels een transverse scheidingswand (septum) |
Relevante literatuur
Nog aan te vullen
- [Mundy] - A key to the British and European Freshwater Bryozoans
- [Wood II] - A new key to the freshwater bryozoans of Britain, Ireland and Continental Europe
Eigen waarnemingen
- P. articulata moet je een keer gezien hebben om een kolonie te herkennen. Het is heel gemakkelijk ze over het
hoofd te zien of voor een bosje draadwieren te aan te zien.
- Ik heb P. articulata nooit ondieper getroffen dan circa 2 meter en nooit dieper dan 5 m. De kolonies groeiden
altijd op een voor neerdalend 'stof' (slib) beschutte plek onder of opzij van stenen of hout (in het
water liggende en uit de bodem opstekende planken) of zelfs onderop een wrak van een bootje.
- De minimum diepte van 2 meter is naar ik vermoed ingegeven door de beperking die golven met zich meebrengen.
Een alternatieve verklaring is intensieve competitie door draadwieren.
- De maximum diepte wordt mogelijk ingegeven door de in de zomer voorkomende thermoclyne (temperatuurspronglaag)
op die diepte, waaronder het zuurstofgehalte significant daalt en vermoedelijk ook het voedselgehalte
- P. articulata heeft vaak een typische chitine glans die ook wel op kever rugschilden gevonden wordt. De bruine
kleur is veelal licht bruin.
- In het voorjaar is het erg moeilijk om P. articulata te vinden, vooral omdat de kolonies klein en daardoor
onopvallend zijn. Vooral in het late najaar, na de najaarsomkering (oppervlakte water is kouder dan diepere
voedselrijke water onder de zomer-thermoclyne) en de bijbehorende algenbloei, is P. articulata in grote
kolonies gemakkelijk te vinden. Tijd is dan eind oktober tot begin november bij een watertemperatuur tussen
13º en 9º Celcius. Zakt de temperatuur daaronder, dan sterven de kolonies snel af.
- Bij zo'n grote najaarskolonie is vaak een deel van de kolonie al afgestorven en/of bedekt met slib, waardoor er
gemakkelijk overheen gekeken kan worden.