Plumatella emarginata (Allman 1844)

English
Voorstel voor Nederlandse naam: Robuuste bryozo of mosdier
Systematiek
| Klasse |
Familie |
Genus |
Soort |
Beschreven door |
| Phylactolaemata |
Plumatellidae |
Plumatella |
P. emarginata |
Allman 1844 |
Synoniemen
De volgende synoniemen zijn gebruikt voor Plumatella emarginata:
- Plumatella emarginata (Allman 1844)
- Plumatella jugalis (Allman 1844)
- Plumatella allmani (Hanckock 1850)
- Plumatella diffusa (Leidy 1851)
- Alyconella benedeni (Allman 1851)
- Plumatella aplinii (MacGillivray (1860)
- Plumatella repens (Jullien 1885)
- Plumatella princeps var. emarginata (Kraepelin 1887)
- Plumatella princeps var. muscosa (Kraepelin 1887)
- Plumatella princeps var. spongiosa (Kraepelin 1887)
- Plumatella repens var. emarginata (Vangel 1894)
- Plumatella repens var. benedeni (Vangel 1894)
- Plumatella emarginata var. emarginata (Hartmeyer 1909)
- Plumatella spongiosa (Hartmeyer 1909)
- Plumatella repens var. jugalis (Rogerick & van der Schalie 1950)
Beschrijving
Zie ook de algemene klasse en orde beschijving in de systematiek pagina.
Bij de beschrijving wordt een combinatie van literatuur gebruikt.
| Algemeen |
- Plumatella emarginata wordt gemakkelijk over het hoofd gezien omdat het op het eerste gezicht
kleine bruinige groeisels lijken.
- Ook is de verwarring met Fredericella sultana, die wat minder robuust gebouwd is, ook
gemakkelijk
- Koloniën vaak vertakt, of grasveldachtig of compact, knol/bolvormig
- Cystiden meest gekield
Cystiden zijn zeer dicht met kleine zandkorreltjes bekorst
Cystiden zijn deels met elkaar verkleefd en
aan de monding (bij de tentakelkrans) ingekerft
- Al deze kenmerken kunnen afwezig zijn, waardoor een zekere identificatie alleen middels
statoblasten kan geschieden.
- De emarginatie van de opening, waar deze soort naar genoemd is, is niet altijd aanwezig en vaak
moeilijk te onderscheiden.
- De zooiden hebben meestal een dorsale kiel en de kolonies zijn bijna volledig korstvormig (kruipen
over substraat)
|
| Kleur |
Bruinig |
| Tentakelkrans |
Tentakelkrans uitgesproken hoefijzervormig met 30 tot 60 tentakels. |
| Afmetingen |
Eén zoöide is 2 mm lang Een kolonie maximaal ?? cm in diameter |
| Statoblasten |
De drijvende statoblasten (floatoblasten) zijn twee keer zo lang als breed. De randen lopen min of meer
parallel. Drijfring steekt dorsaal ver over het kapsel heen. Ze zijn vaak afgeplat aan de uiteinden
(polen), waardoor de omtrek bijna vierhoekig wordt. De capsule bedekt annulus meer dorsaal dan
ventraal.
Annulus bijna de zelfde breedte rondom
De zinkende statoblasten (sessoblasten) zijn aan de ondergrond vastgekleefd, breed-ovaal, met
rudimentaire drijfring zonder herkenbare kammerung (kamertjes)
Er zijn meerdere statoblasten per zoöide |
| Leefomgeving |
In zuivere wateren |
| Verspreiding |
P. emarginata komt in de meeste Noord Europese landen voor |
| Aanvullend |
Geen |
Relevante literatuur
Nog aan te vullen
- [Mundy] - A key to the British and European Freshwater Bryozoans
- [Wood II] - A new key to the freshwater bryozoans of Britain, Ireland and Continental Europe
Eigen waarnemingen
- Ik heb P. emarginata gevonden goed verborgen tussen stenen tussen F. sultana en P. fruticosa (en P.
articulata)
- In mijn opinie heeft P. emarginata de zelfde noodzaak tot schuilen voor neerdalend slib als F. sultana, P.
fruticosa en P. articulata.
- Ik heb P. emarginata nog maar op één plek gevonden
- Mijn ervaring is dat P. emarginata het gemakkelijkst in het najaar te vinden is, wanneer de kolonies beter
ontwikkeld zijn.
- Als de watertemperatuur boven circa 16° Celcius stijgt komen de kolonies tot ontwikkeling
- Als de watertemperatuur onder de 12-10° C zakt sterft P. emarginata af
- P. emarginata lijkt wel op P. fruticosa en F. sultana, maar is robuuster gebouwd dat P. fruticosa en heeft een
grotere complexere poliep dan F. sultana
- P. emarginata is de enige soort met 'samensmeltende' takken