Statoblast introductie
Statoblasten worden door de meeste soorten zoetwater bryozoën (behalve Paludicella en Victorella) gevormd, deels om barre tijden te overleven en deels als asexuele voortplanting.
Cristatella bijvoorbeeld maakt grote hoeveelheden statoblasten aan, terwijl andere soorten, zoals Lophopus er één of enkele maakt. Als de zooiden afsterven blijven de statoblasten kort opgesloten in de kolonie-zak, waarna ze bij desintegreren van de kolonie zak vrijkomen.
Statoblasten bestaan uit twee helften,kleppen, die ieder bol zijn, waar tussen een proto-zooide zit. De volgende tekening uit [Allman] geeft statoblast van Cristatella mucedo in zijaanzicht.
|
De bruinige delen in het midden zijn de eigenlijke kleppen van de statoblast. Eromheen zit een hier grijzig
getekende rand - de annulus. Deze komt bij sommige soorten voor. De kleppen zijn van chitine achtig
materiaal. Bij sommige soorten bevat de annulus een beetje gas, waardoor de statoblast gaat drijven, bij andere soorten is de annulus slechts beperkt aanwezig. De foto hieronder is zo gemaakt dat de annulus goed zichtbaar is. Het donkere centrale deel is weer de eigenlijke statoblast. Cristatella is bijzonder omdat de statoblast uitsteeksels heeft (net als Pectinatella). |
|
Statoblasten ontwikkelen binnen de zooide op een weefselstreng die van de onderkant van het bewegelijke deel van de zooide loopt naar de 'bodem' van de zooide ruimte. De figuur hieronder uit
[Allman] over P. fungosa laat dat helemaal onder in de tekening zien, gemarkeerd met 'Z'.
De structuur daarboven, gemarkeerd met 'X' (kleine bolletjes waar haartjes uit komen), is bedoeld om de testis met de daaruit ontsnappende spermatozoën te laten zien. Dit zijn met 'E' gemarkeerd als ze vrij zwemmen.
De bundel lijntjes die van boven naar beneden loopt zijn de spiertjes waarmee de zooide teruggetrokken wordt.
Allman noemt de soort Alcyonella fungosa.
Aan de rechterkant een kijkje in een zooide van P. magnifica, waarin de weefselstreng, de funiculus, met de daarop ontwikkelende statoblasten (in nog een vrij jong stadium) zichtbaar zijn. Ook de spierbundel(s) zijn zichtbaar.
![]() |
![]() |
| Allman plaat 7 | P. magnifica onderkant van een zooide |
De statoblasten blijven opgesloten in de zooideholte tot de zooide afsterft en vervalt. Bij sommige soorten worden statoblasten ook tijdens het leven van de zooide uitgestoten door een speciale opening onder de anus.
De statoblasten van sommige soorten hebben een gasgevulde annulus en gaan vervolgens aan het water oppervlak drijven. Andere statoblasten hebben een minimaal ontwikkelde annulus zonder gasvulling en blijven op de plek van ontwikkeling of drijven in de waterkolom weg.
Statoblasten met een annulus die naar het oppervlak drijven heten ook wel floatoblasten.
Statoblasten zonder annulus die dus niet gaan drijven worden aangeduid met sessoblasten.
| Soort | Annulus | Floatoblast | Sessoblast |
|---|---|---|---|
| Paludicella articulata | Nee | Nee | Nee |
| Victorella pavida | Nee | Nee | Nee |
| Cristatella mucedo | Ja | Ja | Nee |
| Fredericella sultana | Ja | Nee | Ja |
| Lophopus crystallinus | Ja | Ja | Nee |
| Pectinatella magnifica | Ja | Ja | Nee |
| Hyalinella punctata | Ja | Ja | Ja |
| Plumatella casmiana | Ja | Ja | Ja |
| Plumatella emarginata | Ja | Ja | Ja |
| Plumatella fruticosa | Ja | Ja | Ja |
| Plumatella fungosa | Ja | Ja | Ja |
| Plumatella geimermassardi | Ja | Ja | Ja |
| Plumatella repens | Ja | Ja | Ja |